This post was originally published on this site

Het percentage van de Belgen met antistoffen tegen het coronavirus in hun bloed is gedaald. Eind mei werden bij 6,9 procent van de bevolking antistoffen aangetroffen, maar bij de laatste meting bleek dat te zijn gedaald naar 5,5 procent, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen waar Belgische media over berichten.

Epidemioloog Pierre Van Damme zegt tegen de VRT dat het idee van groepsimmuniteit daarmee van de baan is. Daarvoor moet 60 procent van de bevolking antilichamen in het bloed hebben.

Antistoffen ontstaan als mensen met het virus zijn besmet. De daling werd vastgesteld na het einde van de lockdown, terwijl bij eerdere onderzoeken nog strenge maatregelen van kracht waren.

Eind maart had 3 procent antistoffen en drie weken later was dat het dubbele. Eind mei steeg het percentage nog wat verder. Van Damme noemt de daling verrassend. „We gingen ervan uit dat we deze keer in minstens evenveel bloedstalen antilichamen zouden aantreffen”, zegt hij tegen de VRT. Hij ziet als mogelijke verklaring dat de hoeveelheid antilichamen bij sommigen sterk is afgenomen. Ook is het mogelijk dat mensen zich aan de afstandsregels blijven houden, zodat het virus zich niet verder verspreidt.

Uit onderzoek in Nederland van bloedbank Sanquin bleek een maand geleden dat ongeveer 5,5 procent corona-antistoffen in het bloed heeft. In april was dat 3 procent.